|
Macrofotografie materiaal
Iets waar je bij macrofotografie op met letten, is de scherptediepte. In de regel moet je een diafragma van maximaal f/16 gebruiken om het hele of het grootste gedeelte van het onderwerp scherp in beeld te krijgen.
Fotografeer je een onderwerp dat niet min of meer op hetzelfde vlak kan worden geplaatst, bedenk dan welk deel of welke delen je scherp in beeld wilt krijgen. Aangezien je met een klein diafragma moet werken, heb je een langere sluitertijd nodig. Een goed statief is onmisbaar bij macrofotografie, om te voorkomen dat je tijdens het belichten de camera beweegt.
Aan de andere kant is het juist leuk om met grotere diafragma's te experimenteren. Hiermee maak je een groter gedeelte van je onderwerp onscherp en kun je leuke artistieke effecten creëren.
Wanneer je met een macro-accessoire werkt, zoals een tussenring of een voorzet-lens, kun je het brandpunt van je objectief het beste zo lang mogelijk maken en op het onderwerp scherpstellen door de camera te verplaatsen. Stel eerst ruwweg scherp vanaf de plek waarvandaan je wilt fotograferen. Verplaats de camera vervolgens langzaam naar voren of achteren totdat je het onderwerp zo scherp mogelijk in beeld hebt. Dit kan lastig zijn als de camera op een statief staat – wat hier wel de bedoeling is. Ben je van plan om veel van dit soort foto's te maken, dan kun je overwegen om een macroslede aan te schaffen. Deze bevestig je tussen de camera en je statief zodat je de camera naar voren en achteren kunt bewegen zonder het statief te verplaatsen.
|
|
Zie ook volgende artikels:
|
|
Live view
Vrijwel alle nieuwe spiegelreflexcamera's beschikken over 'live view'.
>lees meer.
|